speciaal onderwijs
Het speciaal onderwijs is in Nederland de benaming voor onderwijs aan kinderen die vanwege leer- of gedragsproblemen, vanwege lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps of door gedragsstoornissen extra zorg nodig hebben. Voorheen (tot 1985) werd het speciaal onderwijs in Nederland ‘buitengewoon lager onderwijs’ genoemd, afgekort blo. De volksmond maakte daar vaak ‘bijzonder onderwijs’ van, maar dat is een heel ander begrip dat met de richting van het onderwijs (onderscheiding van openbaar) te maken heeft. Onder de blo-scholen vielen vele vormen van onderwijs, tot en met het onderwijs voor schipperskinderen (die vanwege hun leven aan boord aangepaste schooltijden hadden).
Indeling
Voor leerlingen die lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk gehandicapt zijn, is er het zogeheten speciaal onderwijs. Deze scholen zijn er in vier categorieën (clusters):
- Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen met een visuele handicap
- Cluster 2: dove of slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
- Cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) en langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap, of meervoudig gehandicapte kinderen die één van deze handicaps hebben
- Cluster 4: zeer moeilijk opvoedbare kinderen, Z.M.O.K., langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap en kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten
Voor deze kinderen is er ook voortgezet speciaal onderwijs. Dit kan gevolgd worden tot het twintigste jaar
Indicatie
Een leerling die vanwege zijn beperking in aanmerking wil komen voor speciaal onderwijs heeft daarvoor een indicatie nodig. Een indicatie wordt afgegeven door een Commissie voor indicatiestelling (CVI), die per cluster georganiseerd is. Als een indicatie voor speciaal onderwijs is verleend geldt die indicatie ook als toekenning van een rugzakje.
Rugzakje (onderwijs)
Het rugzakje is de populaire benaming voor de regeling voor leerlinggebonden financiering, die door het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is ingesteld.
Het uitgangspunt is dat veel ouders hun kind met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap, of een psychische stoornis met gedrags- en of opvoedingsproblemen niet naar het speciaal onderwijs hoeven te sturen, als er op reguliere scholen aanvullende hulp kan worden geboden.
De ouders moeten daarvoor een aanvraag doen bij de regionale Commissie voor de Indicatiestelling (CvI), die beslist of de leerling in aanmerking komt voor leerlinggebonden financiering. De onafhankelijke CvI beslist aan de hand van landelijk vastgestelde objectieve criteria. Uiteindelijk beslissen de ouders (of wettelijk vertegenwoordigers) of hun kind naar het speciaal onderwijs gaat, of met een rugzakje het reguliere onderwijs blijft volgen. Daarbij geldt wel dat de scholen een plaatsingsbeleid mogen hanteren. De financiering wordt meestal gebruikt om het kind een aantal uren extra begeleiding op school te geven.
Aanvragen moeten worden gedaan bij het Regionaal Expertisecentrum afgekort REC. Deze zijn onderverdeeld in 4 clusters, zoals ook het speciaal onderwijs onderverdeeld is.
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
zie ook: http://speciaalonderwijs.kennisnet.nl/



